Heksenvervolgingen

Gepubliceerd 6 oktober 2015 door lynnenkavita
Heksenverbrandingen

Heksenverbrandingen

Ik heb ervoor gekozen om een artikel te maken over de heksenvervolgingen, een onderwerp die me zeer interesseert en waar ik al veel over gelezen heb. Voor een deel uit eigen interesse, voor een deel als voorbereiding voor een verhaal dat ik en Kavita samen willen schrijven. Er bestaan een aantal misverstanden over de heksenvervolgingen en ik hoop dat ik met dit artikel deze misverstanden uit de wereld kan helpen. De heksenvervolgingen zijn een periode waarin historici die de sociale geschiedenis bestuderen heel erg interessant vinden. Hopelijk vindt jij dit ook. Wil je er uitgebreider over lezen, moet je zeker eens binnenspringen bij de bib. Vind je geen boeken hierover, dan moet je eens vragen aan je bib of zij boeken uit andere bibliotheken laten overbrengen. Heel veel bibs doen dit tegenwoordig.
De heksenvervolgingen vonden plaats tussen circa 1450 tot 1750. Een zeer lange periode waarin honderden tot duizenden mensen, meestal vrouwen, berecht werden wegens het toenmalige misdrijf hekserij. Ongeveer de helft daarvan werd ter dood veroordeeld, meestal op de brandstapel. Maar in tegenstelling van het cliché werden de meeste slachtoffers eerst gewurgd en dan pas verbrand. Levende verbrandingen kwamen minder voor dan men denkt. Sommige heksenprocessen vonden plaats in kerkelijke rechtbanken, maar de meeste echter in de wereldlijke rechtbanken: de rechtbanken van koninkrijken, staten, vorstendommen, hertogdommen, graafschappen en steden. De heksenvervolgingen waren zeer ongelijk verspreid, zowel geografisch gezien als chronologisch. Bovendien waren de heksenvervolgingen niet overal even hevig. Ze waren vooral hevig als het intellectuele heksengeloof een brede aanhang had en doorsijpelde in het volk. Dit intellectuele heksengeloof was heel uniek: het bestond enkel in Europa en dat alleen in de vroegmoderne tijd. In tegenstelling tot wat je misschien zou denken, waren de heksenvervolgingen in Engeland in vergelijking met landen als Duitsland en Frankrijk eigenlijk niet zo hevig omdat het intellectuele heksengeloof daar nauwelijks van de grond kwam. Maar wat is dat intellectuele heksengeloof nu?

Hier wat instrumentale muziek als sfeer:

Het intellectuele heksengeloof

De sabbat

De sabbat

Tegen het eind van de zestiende eeuw geloofden de meeste ontwikkelde Europeanen in het intellectuele heksengeloof. Dit hield kort gezegd in dat men geloofde dat heksen een pact sloten met de duivel en hem gezamenlijk vereerden op de zogenaamde sabbatten, heksenbals dus. Volgens dit geloof deden heksen nog steeds aan maleficia, maar kregen ze hun bovennatuurlijke krachten om dit te doen van de duivel. Eigenlijk was de maleficia voor de ontwikkelde klassen ondergeschikt: het zogenaamde feit dat heksen de duivel zouden vereren en met hem samenwerkten zorgde ervoor dat hekserij een soort ketterij werd, een ketterij van de ergste soort die tegen de samenleving was gekant. Dat was voor de heersende en ontwikkelde klassen veel beangstigender dan maleficia. Hierin geloven was een voorwaarde om tot de grote heksenvervolgingen te komen; hadden de ontwikkelde klassen hierin nooit geloofd, dan waren de heksenvervolgingen veel minder grootschalig geweest.
Het pact met de duivel was volgens de ontwikkelde klassen een plechtige ceremonie. Nadat de duivel voor de heks in spé was verschenen en haar had verleid met de belofte van een materiële beloning of seksueel genot, vond de ceremonie plaats waarin de heks haar christelijk geloof afwierp. Vervolgens moest ze de duivel eer aandoen door een buiging te maken of zijn achterste te kussen. De duivel gaf haar dan een merkteken en gaf haar als laatste instructies door zodat ze mensen of dieren kon beheksen.
Daarnaast zou de heks dus met andere heksen regelmatig naar de sabbat gaan om de duivel te vereren en andere obscene, godslasterlijke en gruwelijke riten te doen. Zo geloofden men dat de duivel in verschillende gedaanten en andere mindere demonen op de sabbat verschenen en dat heksen kinderen offerden aan de duivel of de lichaampjes zelfs opaten. Verder werd er volgens het geloof naakt gedanst (wat zelfs tot voor kort in veel samenlevingen als schadelijk gezien) en vrijden ze met de duivel en andere heksen. De sabbats zouden soms over grote afstanden plaatsgevonden hebben, maar uiteraard namen de heksen dan gewoon de bezem.

Veranderingen in het strafsysteem en folteringen

Een vermeende heks wordt gefolterd

Een vermeende heks wordt gefolterd

Naast het intellectuele heksengeloof werden de heksenvervolgingen bevordert en mogelijk gemaakt door juridische veranderingen. Ten eerste werd er een nieuw strafrechtsysteem ingevoerd: het inquisitoire rechtsysteem. Voor de dertiende eeuw gebruikte men het accusatoir rechtsysteem waarbij een privé-persoon, meestal de benadeelde persoon, zelf de procedure moest starten en de beschuldigde vervolgen. De rechter was niet meer dan een scheidsrechter, hoewel hij wel tot de uitspraak kwam van de zaak. Als er twijfel was of de beschuldigde schuldig was, moest God beslissen via het Godsordeel (zwemproef en andere). Dit maakte het veel moeilijker om een misdrijf te vervolgen. Bovendien was er een groot risico aan verbonden voor de aanklager: als de beschuldigde zijn onschuld kon bewijzen, kon hij de aanklager vervolgen omdat hij hem valselijk had beschuldigd. Daarom werden er maar weinig hekserijzaken gedaan, omdat men bang was voor de vergelding van de heks.
Maar vanaf de dertiende eeuw stapte men over op het inquisitoir rechtsysteem. Een privé-persoon kon nog steeds een procedure opstarten, maar was niet meer verantwoordelijk voor de vervolging. Men kon nu ook gewoon iemand áángeven bij de gerechtelijke autoriteiten en de ‘procureurs’ en rechters waren nu in staat een misdaad te dagvaarden op grond van informatie die ze zelf hadden gekregen. Bovendien gingen de rechters de zaak nu onderzoeken en bepaalden zelf of de beschuldigde schuldig was of niet. Daardoor werd het veel gemakkelijker om een misdrijf te vervolgen en het bleek vooral zeer bruikbaar te zijn bij hekserij-en ketterijzaken. Echter, de eisen waar de bewijzen aan moesten voldoen waren erg hoog: een getuigenverklaring van twee ooggetuigen óf een bekentenis van de verdachte. Dit lijkt misschien op het eerste zicht niet veel, maar als je bedenkt dat in het geval van hekserij bijna nooit iemand zag dat een heks maleficia bedreef, een pact met de duivel sloot of naar de sabbat ging, besef je dat rechters nooit gebruik konden maken van twee ooggetuigen als bewijs van schuld. Dus moesten ze het doen met de bekentenis. Maar ook dat gaf problemen. Sommigen beschuldigden gingen misschien nog bekennen dat ze maleficia hadden bedreven, maar dat ze een pact hadden gesloten met de duivel? Gezamenlijk de duivel vereerden op afschuwelijke sabbats? Nee, dat hoorde je de beschuldigden uiteraard niet bekennen.
Dat was dan ook de reden dat het folteren opnieuw werd toegestaan, want zo was het veel gemakkelijker om een bekentenis te verkrijgen. Dat deze bekentenissen vals waren, konden de rechters niet veel schelen. In feite dachten ze er niet eens aan dat de beschuldigde misschien onschuldig kon zijn en nooit zulke dingen kon gedaan hebben. Of men geloofde dat God de onschuldigen zou sparen en hen zonder pijn door de folteringen zou sleuren. Folteringen waren én zijn (want het maakt niet uit of het nu om hekserij of iets anders gaat) uiterst onbetrouwbaar en leid(dde) tot valse beschuldigingen als:
-de beschuldigde onschuldig was of niet wist welke informatie van hem werd verlangd
-hem/haar details werden ingegeven door suggestieve vragen
-als er buitensporig hevig werd gefolterd
In het begin waren veel rechters overigens wél bekend met deze gevaren van folteren en daarom waren er dan ook regels aan verbonden:
1) in verband met de hevigheid van de foltering:
-het folteren mocht niet leiden tot de dood van het slachtoffer
-herhaling van foltering was verboden, alles moest op één dag gebeuren

2) zwangere vrouwen en kinderen mochten niet gefolterd worden
3) in verband met verzonnen bekentenissen:

-suggestieve vragen waren verboden
-de verdachte moest zijn/haar bekentenis herhalen buiten de folterkamer

Maar als het om hekserij ging, leken de rechters hun verstand te verliezen. Maar we moeten beseffen dat hekserij als de gruwelijkste misdaad werd gezien en vele rechters waren bang dat de beschuldigde heks tovenarij zou gebruiken om de folteringen te doorstaan. Daarom lapten veel rechters bovenstaande regels aan hun laars en deden de meest gruwelijke folteringen die er maar bestonden. De folteringen hadden een zeer grote invloed op de heksenvervolgingen:
-het folteren droeg bij tot de formulering en verspreiding van het intellectueel heksengeloof
-de kans op veroordeling was veel groter; zo werd het probleem van onvoldoende bewijs opgelost en iedereen die verdacht werd van hekserij kon veroordeeld worden.
Mét foltering was dit 95 procent, zonder foltering was dat minder dan 50 procent!
-men kon gemakkelijk de namen van zogezegde medeplichtigen verkrijgen.
Alleen als men naast de individuele bekentenissen ook de namen van ‘medeplichtige’ heksen kon krijgen, kon dit leiden tot heksenjachten waarin tientallen tot honderden personen werden berecht.
De andere juridische veranderingen waren dat er nieuwe hekserijwetten kwamen die hekserij tot een wereldlijk misdrijf maakten. Maleficia was al een wereldlijk misdrijf omdat dit schade toebracht bij de ‘slachtoffers’, maar de nieuwe ketterse hekserij (ketterijen waren een kerkelijk misdrijf) werd doordat landen en staten nu hekserijwetten aannamen een wereldlijk misdrijf.
Hekserij werd nu berecht in wereldlijke rechtbanken in plaats van kerkelijke. De kerk, die nochtans in het begin van de heksenvervolgingen het voortouw had genomen, begon zich ook te verzetten tegen het procedurele misbruik van de rechters! Daarenboven nam het belang van de inquisitie en de paus af door de reformatie waarin het protestantisme ontstond. In landen waarin de paus en de inquisitie nog in hoog aanzien stonden, waren de heksenvervolgingen minimaal, zoals in Spanje en Italië. Zeg nu nog eens dat de heksenvervolgingen vooral de schuld was van de kerk!
Daarnaast namen ook de plaatselijke en regionale rechtbanken de controle van de heksenprocessen over. Als zij onder weinig of geen centraal of nationaal gezag stonden, konden zij doen wat ze wilden en werden nóg meer heksen berecht en schuldig bevonden! Dat omdat zij de beschuldigden vaak persoonlijk kenden en bang waren als ze vrij werden gelaten met een heks in hun midden te moeten leven en waren ze meer aanvankelijk voor de hysterie die soms plaatsvond tijdens heksenvervolgingen. Bovendien waren de wereldlijke rechters vaak meer bereid om de beschuldigde alle bescherming te bieden waarin de wet maar voorzag, hoe raar dit misschien ook klinkt.

De invloed van de reformatie

Ook de reformatie, de periode waaruit het protestantisme zou ontstaan, had zijn invloed op de heksenvervolgingen. Zoals gezegd werd het beeld van de duivel veel reëler, waardoor de angst voor de duivel toenam. Daarnaast legden zowel de protestantse als de katholieke hervormers (na de reformatie kwam de contrareformatie waarin de kerk een aantal hervormingen doorvoerde) legden sterk de nadruk op persoonlijke vroomheid en godsvrucht. Het was niet meer voldoende om een paar kerkelijke voorschriften te volgen. Neen, men moest nu een nauwgezet, moreel en streng leven leiden waarin men zelf de verantwoordelijkheid moest dragen voor hun verlossing. Daardoor waren veel meer mensen zich bewust van een diep zondebesef. Gewetensvolle mensen die zondigden, twijfelden over hun eigen godsvrucht of niet konden voldoen aan de veeleisende gedragsregels, kregen te maken met schuldgevoel en morele onwaardigheid.
De mensen die zich schuldig voelden, wilden er maar al te graag vanaf en hoe kon je dat beter doen dan de schuld op een ander te steken? De heks was een ideaal slachtoffer hiervoor, zij was de personificatie van Het Kwaad. Als men de schuld op de heks stak, verlichtten men zijn eigen schuldgevoel. Geen wonder dat de heksenvervolgingen toenamen!
Daarnaast zorgde de aanval op bijgeloof, heidendom en magie ervoor dat de heksenvervolgingen toenamen:
-de veroordeling van niet-kerkelijke magie (bezweringen, toverspreuken, toverdranken enz.) leidde in het algemeen tot een toename van heksenvervolgingen.
-door de aanvallen van de protestanten op de kerkelijke (tegen)magie verloren degenen die dachten het slachtoffer te zijn van een heks hun wapens waarmee ze zich konden verdedigen tegen heksen: het enige wat men nu nog kon doen, was de heks via juridische wegen vervolgen, dus namen de heksenvervolgingen toe.
De godsdienststrijd en –oorlogen zorgden er ook voor dat mensen een immense angst hadden en werkelijk begonnen te denken dat er een kwade macht zijn invloed uitoefenden.

De maatschappelijke context

Een heks vliegt door de schoorsteen

Een heks vliegt door de schoorsteen

In het laatste stukje waarin de heksenvervolgingen worden verklaard, wordt gekeken naar de maatschappelijke context. De meeste beschuldigde heksen kwamen uit dorpsgemeenschapppen, die zo klein waren dat iedereen elkaar kende. Bovendien was er een grote sociale controle – iedereen kon zomaar binnenkomen bij elkaar en men controleerde bijvoorbeeld of je je man of vrouw niet bedroog of andere schandelijke dingen deed – en de dorpelingen waren zelf verantwoordelijk voor de armen. De meeste beschuldigden waren namelijk arm. Ze waren zo arm dat ze moesten gaan bedelen om wat eten of geld te krijgen of een werktuig te lenen. De bedelaars die beschuldigd werden van hekserij, hadden overigens wel nog een dak boven hun hoofd. Bedelaars die op straat leefden werden raar maar waar zelden van hekserij beschuldigd.
Maar hoe ging dat in zijn werk? Vele heksenbeschuldigingen die vanuit het volk kwamen volgden eenzelfde patroon: een zeer arm iemand komt aan de deur van een buur om een gunst vragen (eten, geld, een werktuig), de persoon aan wie hij of zij dit vraagt weigert dit, de bedelaar(ster) loopt kwaad weg (vloekt eventueel) en kort daarna vindt er een ongeluk plaats. De persoon die de bedelaar(ster) de gunst heeft geweigerd voelt zich schuldig en is er na het ongeluk van overtuigd dat de bedelaar(ster) hem/haar of zijn/haar huishouden behekst heeft en beschuldigd de bedelaar(ster) dus van hekserij.
De meesten beschuldigden waren dus arm en wel om deze redenen.
-armen waren de zwakste en kwetsbaarste leden van de samenleving en daardoor, als gevolg van machteloosheid, waren zij die het die het snelst hun toevlucht zouden tot hekserij.
-de hogere klassen dachten dat armen sneller een pact met de duivel zouden sluiten om hun financiële situatie te verbeteren.
-doordat armen zo afhankelijk waren van de gemeenschap, riepen zij wrok- en schuldgevoelens op,
Verder waren de beschuldigden vooral vrouwen, ongehuwd en oud. Vrouwen waren over het algemeen veel ‘zwakker’ dan mannen, in die zin dat zij niet de politieke of fysieke macht hadden van mannen. Ze konden zich veel moeilijker verdedigen tegenover hekserijbeschuldigingen. Daarnaast waren vrouwen meer kwetsbaar voor hekserijbeschuldigingen omdat zij vaak genezeressen waren of ze waren vroedvrouw. Hoewel witte heksen eigenlijk weinig beschuldigd werden van kwade hekserij, toch kon dit gebeuren. Vroedvrouwen waren kwetsbaar omdat zij met baby’s omgingen: baby’s zouden vermoord en opgegeten worden door heksen; als het tijdens de bevalling of vlak daarna misging met de baby, werd de vroedvrouw beschuldigd van hekserij. De hogere klassen meenden dat vrouwen een onverzadigbare seksuele lust hadden waardoor ze sneller verleid zouden worden door de duivel. Eigenlijk lag vrouwenhaat vaak aan de basis dat de hogere klassen vrouwen sneller beschuldigden van hekserij.
Vrouwen die daarenboven nog eens ongehuwd waren (ofwel niet getrouwd ofwel weduwe) waren zeer zeker kwetsbaar voor hekserijbeschuldigingen, vooral weduwes. Dat kwam voor een groot deel omdat ze arm waren, maar daarnaast werden zij vaker beschuldigd omdat weduwes een grote bezorgdheid en zelfs angst vormde voor de gemeenschap. In de vroegmoderne tijd namen de weduwes in hoeveelheid toe, ze gingen vaker alleen wonen in plaats van in kloosters te gaan of onder het gezag van een meester, broer of volwassen kinderen te gaan leven. De hogere klassen geloofden dat weduwes en ongehuwde vrouwen zich sneller lieten verleiden door de duivel.
Oude vrouwen werden om deze redenen vaker beschuldigd:
-de vrouwen werden vaak pas officieel vervolgd nadat de argwaan jegens hen zich jarenlang had opgestapeld en zo groter was geworden. Daardoor waren de vrouwen al op relatief hoge leeftijd toen ze berecht werden.
-Vroedvrouwen en vrouwen die de geneeskunde beoefenden waren per definitie oud
-Oudere mensen toonden vaak tekenen van zonderling of asociaal gedrag, waardoor buren zich niet meer op hun gemak voelden en hen beschuldigden van hekserij.
-Oude mensen waren lichamelijk minder sterk dan jongeren en zouden daarom veel vlugger hun toevlucht nemen tot toverij/hekserij als middel tot bescherming of wraak.
In de tijd van de heksenvervolgingen waren er ook grote maatschappelijke veranderingen, het was het tijdperk van de opkomst van het kapitalisme, het ontstaan van een moderne staat, de golf van (boeren)opstanden en burgeroorlogen, internationale conflicten and last but not least de afbraak van het middeleeuwse christendom, het ontstaan van het protestantisme dus. Deze veranderingen waren ingrijpender en omvangrijker dan ooit in de Europese geschiedenis het geval was vóór de Industriële Revolutie.

Het einde van de heksenvervolgingen

Uiteindelijk namen de heksenvervolgingen aan het einde van de zeventiende eeuw en het begin van de achttiende eeuw geleidelijk aan af om helemaal te stoppen. Dat gebeurde niet overal op hetzelfde moment en als we het hebben over het einde van de heksenvervolgingen, hebben we het over de gerechtelijke heksenvervolgingen. Hekserijbeschuldigingen vanuit het volk kwamen in de jaren daarna nog steeds voor, zelfs tot in de twintigste eeuw en onze eigen eeuw! Dat kan je dit weekend allemaal lezen aan de hand van het verhaal over een meisje dat Brandi heette en in het begin van deze eeuw door haar schoolgenoten en zelfs leerkrachten en de onderdirecteur valselijk werd beschuldigd van hekserij. Een ander voorbeeld zijn de wereldwijde hekserijbeschuldigingen en zelfs nog heksenvervolgingen in onder andere Afrika, Azië en Oceanië, maar dat is een ander verhaal en heeft weinig met de Europese heksenvervolgingen te maken. Verder kunnen ook papieren magiërs en heksen voor beroering zorgen, getuige de commotie die ontstond toen het boek De Heksen van Roald Dahl uitkwam en zelfs Harry Potter ontsnapte hier niet aan, want vele christelijke ouders in Nederland, Engeland en Amerika wilden het liefst van al dat de boeken verboden werden! Maar daar waren gelukkig niet alle christenen het mee eens, omdat zij vonden dat kinderen en jongeren heel wat kunnen leren van Harry Potter en zijn vrienden: ze zijn trouw en offeren zichzelf op voor hun vrienden en voor de goede zaak.
De reden dat de Europese heksenvervolgingen van de vroegmoderne tijd uiteindelijk stopten, is eigenlijk nog een groter raadsel dan hoe dat ze zijn begonnen! Maar er zijn verschillende mogelijkheden geopperd, allemaal uit de aspecten die hier boven aan bod zijn gekomen:
-Gerechtelijke veranderingen:
-de eis dat er harde bewijzen moesten komen voor maleficia en het pact met de duivel
-de invoering van strengere regels bij het folteren
-wetten die heksenvervolgingen beperkten of zelfs verboden
-Een nieuwe denkwereld:
-men begon alles in vraag te stellen (ook het bestaan van hekserij)
-de opkomst van de mechanistische filosofie: men zag de aarde nu als onderdeel van een soort machine, het heelal, en de rol van geesten en demonen werd beperkt of zelfs helemaal uitgeschakeld. Omdat het bestaan van God niet werd ontkend, kreeg de mechanistische filosofie een brede aanhang, ook onder godsgeleerden.
-de ontdekking dat vreemde gebeurtenissen en ziektes een natuurlijke oorzaak hadden
Scepsis tegenover hekserij bestond wel al doorheen de hele heksenvervolgingen, maar de sceptici kregen pas gehoor aan het eind van de zeventiende eeuw.
-Nieuwe godsdienstige opvattingen:
1) Invloed van de reformatie (op lange termijn zorgde de reformatie juist meer voor een klimaat waarin de heksenvervolgingen konden stoppen):
-God was voor de meeste protestanten soeverein en de duivel zien als een macht gelijk aan god was ketters
-Bijbels fundamentalisme zorgde ervoor dat men inzag dat er maar weinig verwijzingen waren naar hekserij in de Bijbel, laat staan naar de duivelse variant waar men in geloofde

-De bekering van het volk zorgde ervoor dat mensen minder geloof aan hekserij en tovenarij ging hechten en uiteindelijk ging men de duivel juist meer als een spiritueel wezen gaan zien in plaats van een materieel wezen
-Scepsis tegenover duiveluitbanning: toen men begon te twijfelen of dat bezetenheid eigenlijk wel bestond, geraakte ook duiveluitbanning in diskrediet
2) Godsdienstijver en godsdienstoorlogen namen af en dit had tot gevolg:
-De angst voor bekering of herbekering nam af
het verlangen van de theologen om godsdienst en filosofie in overeentstemming te maken, zorgde ervoor dat men bereid was om de mechanistische filosofie en andere filosofieeën waarin de duivelse macht zeer weinig was te aanvaarden.
-doordat men mensen die beweerden rechtstreeks in contact te staan met God of de geestenwereld begon te wantrouwen, werd men sceptisch tegenover bezetenen en ging men zich uiteindelijk afvragen of hekserij eigenlijk wel bestond.
-het belangrijkste effect was dat de christenen niet langer erop gebeten waren om de wereld te zuiveren door heksen te verbrandden

-Maatschappelijke veranderingen:
-aan het eind van de zeventiende eeuw en het begin van de achttiende eeuw verbeterden langzaam de levensomstandigheden van de gewone bevolking -> sociale spanningen verminderden
-> volk stuitte op weerstand van de rechters om heksen  nog te vervolgen
-de tweede reden kan zijn dat dorpelingen mensen niet meer beschuldigden van hekserij omdat ze geen bedreiging meer vormden zoals vroeger -> betere armenzorg zoals in Engeland
–de derde mogelijke en misschien zelfs de belangrijkste reden was dat de omstandigheden die vroeger aanleiding waren voor een algemeen gevoel van angst niet meer bestonden tegen het eind van de zeventiende eeuw -> lange periode geen pestepidemieën meer
-> godsdienstberoering verminderde
-> einde van de revoluties en opstanden
-> geen plundering meer tijdens oorlogen

De maatschappelijke veranderingen zorgden er vooral voor dat er een eind kwam aan het Tijdperk van de Angst, zoals de periode van de heksenvervolgingen ook wel eens genoemd wordt. Omdat de angst verdween, was er veel minder reden om op zoek te gaan naar vijandelijke figuren die de samenleving bedreigden – dit zowel voor het gewone volk als voor de hogere klassen. Het feit dat men te weten kwam dat veel ziektes een natuurlijke oorzaak hadden, zorgden ervoor dat mensen de hoop kregen dat op een dag de oorzaak van de meeste ziektes kon achterhaald worden en dat men deze ziektes kon genezen. Het was de hoop dat alles wel weer goed zou komen…

Lynn

Bronnen:
De heksenjacht in Europa 1450-1750
Auteur: Brian P. Levack
Uitgegeven door Bandijk (1991)
Vertaling vanuit het Engels
Kunnen heksen heksen?
Auteur: Kathleen Vereecken
Ilustrator: Sylvia Weve
Uitgegeven door Querido (2002)

Bronnen afbeeldingen:

http://cultures-of-science.weebly.com/heksenvervolgingen-in-zuid-duitsland.html
http://www.voorleesvogel.nl/despin/lessen/heksen/Heksen_6.htm
http://plazilla.com/page/4294987324/de-geschiedenis-van-de-heksen-vervolging
http://www.scientias.nl/heksenvervolgingen-in-de-renaissance/28327

 

 

2 reacties op “Heksenvervolgingen

  • Geef een reactie

    Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

    WordPress.com logo

    Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

    Google+ photo

    Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

    Twitter-afbeelding

    Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

    Facebook foto

    Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

    Verbinden met %s

    %d bloggers liken dit: